De personages uit de boeken

Maak hier kennis met de personages uit Magisters boeken. Voor de auteurs zijn ze vertrouwd als familie geworden. U kunt ze hier al een beetje leren kennen, zodat ze voor u meteen gaan leven als u hun boek gaat lezen.

De eersten, in 1996, waren Alante en Tom. Thomas d’Harancourt om volledig te zijn. Toen Het verscholen rijk zich aandiende in de persoon van Alante, was hij een verbitterde ingenieur, 32, al 9 jaar verbannen naar een verre oase in een ver Oosters land, op straffe van de dood van zijn pleegmoeder Josephine, de diva van de Opera in Doran – de verlopen keizerstad. Zijn enige vriend was de zwarte kat Alexander de Grote. Alante, toen een ondervoed kind met totaal geheugenverlies, viel voor zijn deur in het stof. Hij tilde haar op, zeer tegen zijn zin, om haar wonden te behandelen. Er was niemand anders. Dat bezegelde hun karmische lot. Op een gegeven moment gingen deze personages een eigen leven leiden. De auteur nam niet meer de beslissingen, hij volgde hen op hun reis en beschreef wat ze beleefden.

Aya de genezeres is de derde in het verhaal (Josephine komt later ten tonele). Ze is als meisje bij Tom in de leer geweest. Hun verhouding is gespannen: er is toen iets gebeurd dat anders had moeten aflopen. Samen ontdekken ze dat Alante geen gewoon kind is: ze heeft zwemvliezen, een zijige vacht en kieuwen. En dat in een gortdroog land.

Als soldaten razzia’s gaan houden in het dorp vlucht Tom met Alante. Een sterke, vileine geest is naar haar op zoek. Toms Opponent, zoals later zal blijken. In de helse tocht met Toms zeilwagen, met wonderlijke ontsnappingen aan hinderlagen en  vele – toen nog – onbegrijpelijke ontdekkingen, leren Tom en Alante elkaar kennen. Ze worden verliefd, al beseffen ze dat beiden nog niet. Tom is te gesloten, Alante te jong en onervaren in de wereld. In Doran schuilen ze op de woonboot van Josephine, die niet bang is: de junta van 10 jaar geleden heeft nauwelijks nog macht. Tom verkoopt zijn wagen en koopt een oud jonkje om het land uit te vluchten.

In de enorme delta van Dorans enige rivier treffen ze hun derde reisgenoot: Kajo, een gevlucht jongetje van 6 met zijn onafscheidelijke waterbuffel. In de vruchtbare delta woedt een verkapte oorlog tussen smokkelaars, plunderaars en de fanatieke kustwacht. Tom is getuige van de smokkel van kinderslaafjes. Dankzij de tussenkomst van dolfijnen wordt een aanvaring met het slavenschip voorkomen. De intelligente zeebewoners leiden de jonk naar een verborgen baai.

Ze worden er onthaald door een oud echtpaar: de verbannen stadhouder van Doran, de Abashi, en zijn wijze vrouw Nim Soen. Alante kan er eindelijk naar hartelust in zee zwemmen en eet zich tonnerond. Ze haalt haar groeiachterstand in, wordt vrouw en ontplooit haar bijzondere intelligentie. Een gaste dient zich aan: Yuli Yandan, telg van het oude koningsgeslacht van Doran, kroonpretendente, jageres, krijger, genezeres en politica. O, niet te vergeten: steenrijk en een beauty. Tom herkent haar als de vrouw die hem in een hinderlaag had gevangen en weer losgelaten.

Het comfortabele leventje wordt wreed onderbroken. De blinde zieneres Yurane weet de Abashi te bereiken met het bericht dat het verborgen schiereiland onder de voet wordt gelopen door soldaten, onder leiding van een vileine paranormaal begaafde commandant. In de mistige nacht zeilt de jonk met alle gasten de zee op. De Abashi en zijn vrouw blijven achter om zich gevangen te laten nemen. De tocht naar het noorden, naar het land van Yuli, wordt ’s nachts gezeild, onder de begeleiding van een enorme school dolfijnen. Alante leert ermee praten, haar glaszingende stem kan de ultrasone geluiden voortbrengen waarmee dolfijnen werkelijke informatie uitwisselen.

Op dit punt stagneerde de voortgang van Het verscholen rijk. Pas in 2007, na de publicatie van Elfenwoud, kreeg het verhaal weer vaart. De kortingsbon -voor 40% korting- heet <januari>.

Op de rede van de grensstad Ogam worden ze aan boord genomen van het vlaggenschip van het Yandan Huis: de Nemes, een westerse viermast bark. Daar maken ze kennis met de schipper, wiens naam in de hele trilogie niet wordt onthuld, en zijn protegé Deyoo, een engelachtige jongen die dodelijk nieuwsgierig en meestal zeeziek is. Hij wordt het zesde lid van het reisgezelschap. De dieren niet meegerekend: Toms kat, Kajo’s waterbuffel, Yurane’s geit en Deyoo’s aapje.

In de Yandan Residentie worden ze koninklijk onthaald. Het leven in de hoofdstad van Chi’am, een cosmopolitische wereldhaven, is van een kwaliteit die het leven in Paris, de stad waar Tom studeerde, benadert. De internationale politieke situatie blijkt zich zorgwekkend in de richting van oorlog te bewegen. Niemand weet echter precies wat er aan de hand is. Wat is de rol van die mechanisch voortbewogen schepen? Spioneren blijkt in deze stad een griezelige gewoonte te zijn. Teruggekomen van een expeditie in de bergen verleidt Yuli Tom. Ook Yurane is aangetrokken tot de man die haar blindheid wist te genezen. Het schudt de verhoudingen behoorlijk door elkaar.

Ze besluiten terug te keren naar Doran. Daar moeten de antwoorden te vinden zijn waar Alante vandaan komt. Na een avontuurlijke reis belanden ze in het gastvrije huis van de oude tenor Danarse, die nog met Josephine heeft opgetreden. Daar wordt het reisgezelschap compleet met de meesterdief Victor, de toneelregisseur Danan en de actrice Zelena. Ze zetten de tocht naar de oase voort als een toneelgezelschap.

Einde van deel 1.

In 2003 werden de kinderen van het Elfenwoud geboren. Vier Nederlandse kinderen, op vakantie in Slowakije, stranden in een verregend dorpje tussen de hoge bergen. Hun vader wordt weggeroepen. Het jongste zusje, Diana van 6, wordt ziek. Michaël, net 16, melancholiek en ontheemd, krijgt alle verantwoordelijkheid op zijn bordje. En hij zit al zo klem met zijn gevoel. De tweeling Lucy en Wendy, 13, is ontoegankelijk. De meiden staan stijf van de hormonen en zijn zo zelfzuchtig als beginnende pubers maar kunnen zijn. Een mooi begin, niet?

Nood breekt wet. Ze houden alledrie zielsveel van hun kleine zusje. Als zij doodziek wordt en alle verbindingen met de buitenwereld door een noodweer worden afgesneden, overwint Michaël zijn dodelijke onzekerheid en steelt een busje om Diana naar een ziekenhuis te brengen. De martelende tocht door verlaten bergen, waarbij het busje door een lawine wordt vernield, smeedt de vier kinderen samen tot een hecht viertal.

In een klein ziekenhuis treffen ze een milieubewuste arts, Wenzeslas, die begrijpt waarom Diana zo ziek is en de landelijke Milieubeweging inschakelt om een giffabriekje in het verregende dorp te bezetten en te sluiten. Hij roept er een paragnost bij, die ziet dat Diana niet helemaal mens is. Ze is gedeeltelijk een boomwezen, een dryade. De helderziende en bloedmooie Irina komt in Michaëls leven. De tweeling, luidruchtig en altijd met elkaar aan het geinen, ontpoppen zich tot trouwe secondanten van hun kleine zusje.

Terug in het dorpje, de fabriek bezet en gesloten, worden ze overvallen door verslaggevers. Dat zal hun redding blijken. Scouts, opgetrommeld door een vriend van de arts,  richten kampementen in. De kinderen gaan in het bos kamperen, onder Diana’s boom. Yvette, een Franse topfotografe, wordt hun venster tot de wereld.

Michaël heeft zich teruggetrokken op een geheime plek in het bos. Daar word hij wakker met een elfje op zijn borst. Ze heeft zich zichtbaar – en tastbaar – gemaakt omdat ze verliefd is geworden op de jongen waar ze al zijn hele leven bij verkeert. Hij is door de wezens van de Onzichtbare Rijken uitverkoren om het magische Elfenwoud te redden. Ze leren om met elkaar te praten, waarbij het elfje, dat alleen gevoel kan overbrengen, zijn taalcentrum gebruikt om te leren spreken. Telepathisch. Ze wordt zo tastbaar dat ze de liefde kunnen bedrijven, voor beiden de eerste keer, voor beiden een extatische opening naar een nieuwe dimensie. Zie deel 2.